Het drama van Meensel – Kiezegem

Wat kan je hier vinden?

In de nagelaten papieren van Maria Stouthuyzen, weduwe van Petrus Vander Meeren, vond ik een aantal handgeschreven verhalen, notities en verslagen.

Dit eerste beschrijft de vier eerste slachtoffers van het begin van het drama.

Craninckx August

Geboren te meensel-kiezegem den 27/1/20
Jonge landbouwer Militieklasse 1939. Was 1 jaar soldaat doch maakte de veldtocht van 1940 niet mede.
Huwde korte tijd voor het uitbreken van de oorlog met De Rijck Germaine. Hij verleende onderdak aan de voort vluchtige opgeischten. Dezen waren soms zoo talrijk dat ze elkander moesten aflossen om buiten de wacht te houden. Bij de razzia van 1/8/44 werd hij aangehouden en koelbloedig neergeschoten opdat hij niet wou spreken. Hij was het eerste slachtoffer van de zwarte verraders onzer gemeente. de juiste manier ombrengen kon nog niet worden vastgesteld worden bij gebrek aan ooggetuigen. Hij liet een vrouw achter en twee onmondige kinderen. Hij werd begraven te Meensel in hetzelfde graf als Oscar Beddegoots.
Hij was opgeruimd en vrolijk van karakter en verborg zijn vaderlandsliefde niet onder banken of stoelen.

Beddegenoots Jan Oscar

Geboren Bekkevoort 29/3/98. Zoon van een nederig tramwerkman. Vestigde zich als kleine jongen met zijne ouders te Glabbeek.
De trouwe dienst van zijn vader als mede zijn klaar verstand en dienstvaardigheid bezorgden hem het baantje van tramwachter op de lijn Aarschot – Tienen, alwaar hij om zijn dienstzaamheid en stipte plichtsbetrachting door iedereen die met hem in aanraking kwam geacht en bemind werd. Hij droeg het hart op de rechte plaats en gaf steeds openlijk zijne mening te kennen. Weldra stond hij bekend als een geweldig voorstander der partisanen en werd als dusdanig door de zwarte Gestapo-vriendjes der gemeente in ’t oog gehouden en op 1/8/44 werd hij samen met zijn vrouw aangehouden.
Beschuldigd als medeplichtig op den moord van een Vlaamsche wachter loochende hij de beschuldiging ten stelligste en zou desnoods zijn gezegde met de vuist verdedigen tegen tientallen gewapende zwarten en SS mannen. Ze boeiden hem als een misdadiger en namen hem mee naar een bosch waar hij zoogezegd moest helpen zoeken naar voortvluchtige dienstplichtigen. Verscheidene schoten vielen en Oscar was niet meer.
Verschijne kogels doorboorden hem de borst en waarschijnlijk het genadeschot drong hem langs de kin in het hoofd. Zijn vrouw Bollen Germaine kreeg eerst melding van zijn dood begin september 1944 na haar bevrijding uit de gevangenis van Brussel. Oscar was toen reeds lang begraven te Meensel samen met zijn lotgenoot Craninckx August. Hun nagedachtenis blijve in eere.

Vander Meeren Petrus Gerardus

Geb. Meensel – Kiezegem 16/1/1895
Landbouwer. Woonde met zijn echtgenote Stouthuizen Maria bij zijn ouden vader en had geen andere zorg dan zijn landbouwbedrijf dat hem genoeg inkomsten leverde om onbekommerd te leven. Alle vereenigingen voor zoover ze zuiver vaderlandslievend waren vonden in hem een steeds werkend en immer steunend lid.
Van de ondergrondsche weerstands beweging was hij een der eerste en werkzaamste bezielers in de gemeente. Bij hem waren de ondergedokenen steeds zeker van steun en onderkomen. Hoe geheim deze steunverleening ook was Petrus geraakte verraden en stond bij de zoollikkers der Moffen in geenen deele goed aangeschreven. Hij zelf was er zich van bewust dat hem gevaar dreigde. Hij was overtuigd een der eerste slachtoffers te worden want hij stond op de zwarte lijst als gevaarlijk aangeteekend. Niettegenstaande dit alles bleef hij de partisanen met raad en daad steunen. Den 1ste Augustus deed de Zwarte brigade een eerste razia in ’t dorp. Petrus viel onvoorzien in hunne handen en werd laffelijk afgemaakt. Een kogel drong hem in het achterhoofd en kwam boven het rechteroog uit. Hij rust op het kerkhof te Kiezegem in het familiegraf. Zijn nagedachtenis zal in eere gehouden worden.
Te Meensel -Kiezegem den 11/11/44

Schotmans Jules

Landbouwer van beroep verbleef hij vanaf zijn geboorte bij zijn Oom en Tante wier bedrijf hij, bij hun dood overnam.Hij nam een ontsnapte Canadeesche Vlieger binnen die er verborgen bleef, verschillende maanden.
Bij de herhaling der razia 11/8/44 bestadigden de soorten zijn “misdrijf” en wilden hem gevangen nemen.
Toch ging dit niet, hij verdedigde zich op leven en dood, en er was maar een middel hem er uit te krijgen en dat was zijn kot afbranden, dan moest hij eruit, toch hij kwam er niet uit, en liet zich opbranden in zijn huis. Zijn gansch huis ging in vlammen op, hijzelf werd onder de puinen bedolven.
Hij was jonggezel en ligt begraven op het kerkhof te Meensel.

Vragen?

Neem contact op met ons als U ons kan verder helpen met ons onderzoek.

Wanneer u opmerkingen over deze site of zijn inhoud heeft willen we die graag van u vernemen.

Bij Contact vindt U alle nodige gegevens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.